|
Bij kinderen valt een onderscheid te maken tussen de post-traumatische gevolgen van een enkelvoudig trauma en die van een zich herhalend trauma. Het laatste doet zich bijvoorbeeld voor bij voortdurend sexueel misbruik.
- Bij enkelvoudig trauma zien we meestal nachtmerries, zich opdringende beelden, plots opkomende emotionele uitbarstingen en vermijdingsgedrag.
- Bij een zich hehalend trauma zit het kind in een soort van 'gevangenschap'. Het kan niet weg, kan niet ontsnappen. Om te overleven past het kind zijn gedrag dusdanig aan dat het kan overleven. Wij zien met name gedragsveranderingen.
Helaas worden deze veelal meegenomen in het latere leven. Symptomen zijn o.a.: vergaande moeilijkheden met relaties, bindingsangst, agressie, heftig reageren op (kleine) prikkels, of het voortzetten van de situatie in een omstandigheid waarin het slachtoffer de dader wordt.
Kinderen die een schokkende ervaring hebben meegemaakt ontwikkelen vaak irrationele ideëen:
o Zwart / wit denken - "Ik ben of helemaal slecht of helemaal goed."
o Catastroferen - "Het komt nooit meer goed."
o Overgeneraliseren- "Er ligt overal gevaar op de loer."
o Personalisatie- "Het moet wel aan mij liggen, ik deug niet, ik ben fout geweest."
De traumatische situatie voor peuters en kleuters.
Jonge kinderen zijn afhankelijk van, en vertrouwen op, de bescherming van volwassenen en hun eventuele oudere broertjes of zusjes. Kinderen uit deze leeftijdsgroep onderkennen de gevaren om zich heen pas als deze zich daadwerkelijk voordoen. Zij leven nog 'in het moment'. Zij kunnen de toekomst niet overzien. Voor hun veiligheid zijn zij afhankelijk van anderen. In een traumatische situatie voelt het jonge kind zich dan ook hulpeloos en passief. Zij voelen zich bedreigd en schreeuwen letterlijk om hulp. De wanhopige wensis dat iemand te hulp schiet of tussenbeide komt. Kinderen uit deze leeftijdsgroep kunnen maar moeilijk omgaan met de heftige fysieke en emotionele reacties die met de traumatische situatie gepaard gaat.
De traumatische situatie voor het schoolkind.
Schoolgaande kinderen hebben meer vaardigheden om gevaren te zien aankomen, of onder ogen te zien. Zij zijn beter in staat de omvang, of de ernst, van een bedreiging te beoordelen en denken na over te ondernemen acties. Zij kunnen zich nog niet direct tegen ernstig gevaar verzetten. Deze leeftijdsgroep beeldt zichzelf wel acties in die zij zouden kunnen ondernemen; een beetje zoals in een stripverhaal, waarin zij dan de held zijn, of erdoor worden gered. In een traumatische situatie kunnen zij zichzelf zien, of voelen, als een mislukking, juist omdat zij niets gedaan hebben. Zij voelen zich later dan beschaamd en/of schuldig. Schoolgaande kinderen schrikken van de heftige fysieke reacties en bijkomende emoties die de confrontatie met een schokkende gebeurtenis met zich meebrengt. Zo zegt een 8-jarig kind: "Mijn hart sloeg zo snel dat ik dacht dat het ging breken." Dit vergroot bij deze kinderen de vrees voor een zich mogelijk herhalend gevaar van buiten.
De post-traumatische reacties van schoolkinderen laten veelal opdringerige beelden en gedachten zien. Tijdens de traumatische ervaring hebben zij veel angstige ogenblikken. Naderhand denken zij vaak terug aan wat zij hadden kunnen doen om het gebeurde te stoppen, of om er een andere wending aan te geven. Deze gedachten komen naar voren in zogenaamd 'traumatisch spel', waarin zij de schokkende gebeurtenis - en alles er omheen - soms heel indringend naspelen.
Bij schoolkinderen worden herinneringen aan de schokkende gebeurtenis door heel concrete zaken opgeroepen: iemand met zelfde haardracht, het zwaaien met een vlag, een bepaalde jas, een moment waarop je je alleen voelt, etc. Zij ontwikkelen daardoor soms nieuwe angsten, die verbonden zijn met het originele gevaar. Deze kinderen zijn ook erg bang voor herhaling, wat ertoe kan leiden dat ook zij leuke dingen gaan vermijden. Een typerende post-traumatische reactie van deze groep is verlegen en teruggetrokken gedrag. Maar ook (ongebruikelijk) agressief gedrag komt regelmatig voor. Verder hebben zij last van 'wraakgevoelens', die (helaas) niet opgelost kunnen worden. Het normale slaappatroon raakt veelal verstoord, wat leidt tot vermoeidheid en aandacht- en concentratieproblemen. De schoolresultaten blijven dikwijls achter bij de verwachtingen.
De traumatische situatie voor de adolescent.
Voor deze groep is het verliezen van een ouder makkelijker te begrijpen en te verwerken dan andere traumatische gebeurtenissen. Bij adolescenten treedt er een verschuiving op naar het actiever beoordelen van gevaar en de mogelijke aanpak daarvan. Deze vaardigheden ontwikkelen zich in deze levensperiode steeds verder, maar er kan nog van alles verkeerd gaan. De adolescent leert in deze periode ook veel over menselijke motivaties en intenties en worstelt daardoor ook met kwesties als (on-) verantwoordelijkheid en / of kwade opzet.
Adolescenten zijn actiever en directer bij de traumatische situatie betrokken. Zo nemen zij besluiten over of - en hoe - zij tussenbeide willen komen. Ook beraden zij zich over het gebruik van geweld om zich tegen de situatie te verzetten. Wel kunnen zij zich nog steeds schuldig voelen, of soms denken dat hun acties tot een slechtere uitkomst heeft geleid. Ook adolescenten worstelen met de heftige fysieke en emotionele reacties in het gezicht van het gevaar.
Adolescenten interpreteren opdringende beelden of gedachten al snel als regressief of kinderlijk. Zij gaan bij het herleven van traumatische situaties veelal terug naar gedragsvormen en gemaakte keuzes van lang voordat het gebeurde plaatsvond. Zij zien deze beelden als een teken van zwakte en denken 'gek' te worden, of zien zich als 'anders' dan de rest. Zij schamen zich voor deze angstaanvallen en voor de eventueel zich herhalende lichamelijke reacties. Zij menen daar uniek en enig in te zijn. Dit kan leiden tot afzondering. De combinatie van 'wraakgevoelens' met de uit deze groeiperiode kenmerkende gevoelens van 'onoverwinnelijkheid' kunnen eveneens tot problematische gevolgen leiden. Adolescenten neigen ertoe de traumatische ervaring in het echt te willen 'naspelen. Daarnaast reageren zij veelal overtrokken op bepaalde situaties, waardoor zij zich (te) snel in moeilijke situaties plaatsen. Verder kunnen zij halswagerig gedrag vertonen, waarin zij zichzelf, of anderen, schade kunnen berokkenen. Ook kunnen zij extreem vermijdingsgedrag vertonen, waardoor de pubertijd afwijkend verloopt. Adolescenten zijn er eerder toe geneigd drugs of alcohol te gebruiken, om aan de opdringende gedachten het hoofd te bieden. Slaapstoornissen bij deze groep worden vaak verborgen door 's nachts studeren, laat televisie kijken of veelvuldig uitgaan. Zij richten zich wel meer tot hun leeftijdsgenoten in het formuleren van een aanpak of oplossing voor hun problematiek. In sommige gevallen ontwikkelen adolescente kinderen een hevige interesse voor morbide zaken, of voor bijvoorbeeld de eigen lidtekens.
Symptomen per schoolgaande leeftijdsgroep:
Lagere schoolkinderen
tot ± klas 5/6 |
Schoolkinderen vanaf
± klas 5/6 |
Adolescenten |
Angstig over huidige en toekomstige veiligheid.
Scheidingsangst.
Concentratie-problemen. Humeurig en irritaties.
Woede.
Agressie.
Lichamelijke klachten (psycho-somatisch).
Continue bezig met de gebeurtenis.
Trauma naspelen.
Schrikachtig.
Nachtmerries en slaapproblemen.
Bezig met de dood en sterven.
Moeilijkheden met begrip 'eeuwig' dood. |
Angst over de eigen veiligheid en die van anderen.
Scheidingsangst. Verlies aan concentratie en het richten van aandacht.
Dwingende behoefte gruwelijke details te bespreken en steeds herhalende gesprekken over het gebeuren.
Verantwoordelijkheids- en schuldgevoelens.
Hyperactief.
Verminderde schoolprestaties. Irritaties.
Boze en agressieve uitbarstingen.
Schoolverzuim.
Terugtrekgedrag en interesseverlies.
Lichamelijke klachten (psychosomatisch).
Slaapstoornissen.
|
Angst voor herhaling van de gebeurtenis.
Terugtrekgedrag. Irritaties met vrienden en leraren.
Verlies aan vertrouwen.
Verlies van remmingen.
Terugtrekgedrag.
Aandacht- en concentratieverlies.
Schoolverzuim.
Hyperactief / opgewonden gedrag.
Bezig met dood, sterven en zelfmoord.
Gevoelens van kwetsbaarheid. Gedrag als weglopen, spijbelen, schoolverlaten. Vluchtgedrag in drugs, drank, roken.
Vroegtijdig, overmatig of risicovol sexueel gedrag.
Schuldgevoelens en zelfbeklag.
|
Bovenstaande reacties zijn op geen indicatie voor een post-traumatisch stress syndroom. Dit enkel in combinatie met tijd en als ze invloed hebben op het normale functioneren in het dagelijkse leven, school, etc.
Kinderen en traumanazorg.
De post-traumatische reacties van kinderen hebben veel overeenkomsten met die van volwassenen: ontkenning, angst, schuldgevoelens, verdriet en/of verwarring. Dit zijn heel normale reacties op een abnormale situatie. Belangrijk in de opvang bij kinderen is acceptatie van de aanwezige gevoelens, het bieden van veiligheid in een betrouwbare omgeving en het bieden van duidelijkheid en consistente.
Bekende symptomen bij kinderen zijn:
|
| 1. |
Slaapstoornissen. Het kind praat in zijn slaap, heeft nachtmerries, of wordt plotseling schreeuwens of huilend wakker. Ook hernieuwd bedplassen komt vaak voor.
|
| 2. |
Schuldgevoelens. Sommige kinderen denken dat zij 'slecht' zijn geweest en daarom de oorzaak zijn geweest. Zij zien het gebeurde dan als 'straf'. Dit uit zich soms in persisterend slecht gedrag, waarvoor zij dan gestrft 'willen' worden. Maar ook extreem goed gedrag komt voor, ter compensatie of juist uit angst.
|
| 3. |
Terugkeren naar een jongere leeftijd. Soms gaan kinderen zich post-traumatisch gedragen alsof zij een stuk jonger zijn. Zij zijn plots weer bang in het donker, willen niet alleen gelaten worden, vragen veel aandacht en / of verlangen extra zorg of privileges, etc. In een enkel gevall lijkt het wel alsof zij zich gedragen als een baby.
|
| 4. |
Kinderen houden veelal angst over voor zaken die zij met het gebeurde verbinden, zoals auto's, een vrachtauto, of vuur. Zij schrikken daarvan en zijn bang voor plotselinge geluiden, of tolereren geen harde geluiden. Ook willen zij niet aangeraakt worden, of zijn bang voor 'vreemden'.
|
Vanuit de omgeving dient er alles aan gedaan te worden om het kind veiligheid en zekerheid te bieden. Maar het belangrijkste is acceptatie. Het kind interpreteert de reacties van de omgeving en dit draagt in belangrijke mate bij aan de verwerking. Verzwijgen en / of het gesprek vermijden is een verkeerde aanpak. Dat geeft het kind negatieve gedachten ('Ik mag er niet over praten.' of ''Het is blijkbaar te eng om over te praten.') ! In de meest idelae situatie wordt het kind de mogelijkheid gegeven keer op keer in te gaan op het gebeurde, de herinneringen, de emoties en de gevoelens. Net zo lang tot deze beetje bij beetje verwerkt zijn.
Het vermijden of wegstoppen van reacties op het gebeurde is een belangrijke factor (en dus een signaal) in het ontstaan van post-traumatische problematiek.
Laat het kind rustig zijn verhaal doen en val het niet in de reden. Het kind kan emotioneel worden terwijl het iets vertelt, maar dit komt niet vaak voor - kinderen vertellen dit soort dingen meestal vrij onderkoeld. Blijf kalm en blijf luisteren. Las eventueel een korte pauze in.
Accepteer het beeld dat het kind presenteert als echt, ook als je 'beter weet'. Vul niet aan, voeg niet toe, blijf neutraal. Vertel het kind keer op keer dat het geen schuld heeft en nu veilig is.
Het kind kan voor een bepaalde tijd onbereikbaar lijken, laat het zijn eigen weg vinden. Geef het die mogelijkheid, laat de weg open naar een goede communicatie, forceer niets. Als ze van slag zijn hebben kinderen nu eenmaal de neiging zich af te sluiten van de buitenwereld. Dat heeft het kind blijkbaar nodig. Geef ruimte. Biedt warmte, steun, vertrouwen en veiligheid.
In veel gevallen verdwijnen de symptomen na verloop van tijd. Loopt het kind vast, onderneem dan actie. Ga niet zelf aan de slag. Als het daarvpoor al niet gelukt is, denk dan niet dat het nu wel lukt. Onderken dat er problemen zijn en mobiliseer deskundige hulp !
|